Is een belangrijk proces op reis. We hebben zelfs een koning die hier voor heeft doorgeleerd, maar ik dus helaas niet.

Dat begint al gisteravond, wanneer de buurman me uitnodigt voor een kop thee. Ik drink er zoveel van dat ik er ’s nachts twee keer uit moet, en het is nog best wel koud ook.

Natuurlijk moet ook de bidon ’s ochtends weer gevuld mee. Ik zet de bidon klaar, bezoek nog even het toilet en kom er 7 km later achter dat m’n bidon nog op de camping staat. Gelukkig heb ik nog een bidon, maar daar zit nog een restje chocolademelk in. Ook lekker!

Het is mooi fietsen langs het kanaal, maar dat duurt niet lang.

Na ruim 20 km bereik ik het bij pelgrims en toeristen populaire stadje Vezelay. Dit soort stadjes liggen vaak boven op een heuvel.

Ik fiets naar de beroemde kathedraal,  waar ik flink bezweet een bezoekje aan breng, en vul m’n water aan.

Vervolgens fiets ik de rest van de dag door het heuvelland van de Bourgogne.

Het is aardig warm, en als ik in de middag bij een beschaduwd bankje aankom blijkt mijn water alweer op te zijn. Gelukkig zit er net een Nederlands echtpaar dat bijna op hun plaats van bestemming is, en krijg ik flink wat water van ze. Zo manage ik toch weer wat water voor elkaar. Ik leer het nog wel eens!

Een paar kilometer voor Prémery kom ik langs een pelgrimsherberg. Er is nog geen enkele pelgrim. Ik zet er een kop thee, en besluit om 5 uur om toch maar naar de in Prémery gelegen camping te fietsen. Ik heb alleen nog wat noedels te eten, en hoop in het stadje toch iets uitgebreider te kunnen dineren.

Nevers ga ik niet meer halen, ik heb 90 km en bijna 1000 hoogtemeters afgelegd, en vind het wel mooi zo.

Zowel de camping als het stadje zijn tamelijk uitgestorven, maar er is nog net een restaurant open, waar ik lekker frietjes met zalm eet.

Je kan misschien ook genieten van:

Ontdek meer van

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder