Het is de hoogste tijd om eens een ernstig hiaat in mijn geografische opvoeding op te vullen. Ik ben namelijk nog nooit in Zeeuws Vlaanderen geweest!
Maar eerst nog even dit: een aantal mensen heeft dit blog al op Polarsteps gelezen. Het uploaden naar mijn eigen blog wilde namelijk niet lukken vanaf mijn smartphone. Daar wordt nog aan gewerkt!
En zo vertrekken we op 1 mei met de trein naar Vlissingen, waar we het veer naar Breskens nemen.

Eenmaal aangekomen in Zeeuws Vlaanderen verwacht ik een desolaat lege kust aan te treffen, of een eindeloze polder, waarin ons zo nu en dan een eenzame fietser tegemoet komt stoempen, die wij dan vriendelijk zullen groeten en een goede reis toewensen.

De werkelijkheid is dat het ontzettend druk is. We slalommen ons een weg door een massale menigte toeristen, vaak voorzien van kinderwagens, bakfietsen of een hondje aan een net iets te lange lijn. En kinderen, die ze gelukkig net op tijd voor me wegtrekken.
Maar het uitzicht is verder mooi, en in de duindoorns zingen nachtegalen en braamsluipers. Langs het mooie Zwin fietsen we België in. Hier word alles nog veel erger. De gehele kustlijn is hier volgebouwd met een bijna aaneengesloten front van over zee uitkijkende flats.

Als wij vanaf de boulevard naar zee kijken, zien we voornamelijk een aantal rijen strak in het gelid staande strandhuisjes.

Als troost voor deze eindeloze treurigheid willen we wel een ijsje gaan eten, maar ook bij de ijssalons heerst een aanzienlijke drukte.

Met enige moeite vinden we gelukkig nog Tearoom Zeebries, waar we al deze indrukken rustig kunnen verwerken.

Via de haven van Zeebrugge rijden we verder naar Blankenberge, waar we onderdak hebben gereserveerd bij een vrienden op de fiets adres.

We eten nog wat in de stad, en gaan ons voorbereiden op de dag van morgen. Vandaag hadden we prachtig weer, maar morgen schijnt het code geel te worden. We gaan het wel zien.