
De frisse lucht is even wennen..
Dat kun je wel zeggen. Wanneer ik zo tegen acht uur Monschau in loop is het ca 2 graden. Ik ontbijt bij de bakkerij, en klim wat later weer terug naar de Vennbahn.
Met twee groepjes Nederlanders, ik wissel het een beetje af, fiets ik ca 45 km, tot Sankt-Vith, waar zich het eerste café voordoet.
Het is zo koud dat ik het grootste deel van de rit mijn donsjas aan heb, wat me zelfs in Patagonië niet is overkomen.

Na een daghap en een paar koppen thee kan ik wel weer verder.

Een uurtje later verlaat ik de Vennbahn, om dan door te fietsen via de Duitse Eifel. Ik had me een mooie route voorgesteld, die kronkelend door een smal dal de rivier stroomafwaarts zou volgen, zonder al te veel hoogteverschillen. De harde werkelijkheid is dat ik over een tegenwinderige hoogvlakte rijd, die aardig op en neer gaat.

Bij Dasburg rij ik eindelijk naar beneden, het dal van de Our in. Ik heb dan al 40 km gefietst sinds de lunch, en hoop eindelijk eens ergens een kop thee te kunnen scoren. Het zit niet mee, voorzover er al iets te vinden is, is het gesloten.

Alle campings onderweg maken een totaal verlaten indruk, dus daar heb ik ook niet zo’n zin in.
Door het mooie dal van de Our ga ik verder.

De rivier stroomt hier ongehinderd naar beneden, maar de wegenbouwers hebben helaas een wat heuvelachtiger parcours verzonnen. maar er is het laatste stuk gelukkig ook een mooi paadje langs de rivier.

Na 110 km en ca 1000 hoogtemeters ben ik om een uur of zes eindelijk in Vianden, waar ik een bed heb geboekt in de jeugdherberg.

Die ligt natuurlijk bovenop de heuvel, tegenover het kasteel, waar een 700 meter lange steile kasseienstrook er voor zorgt dat de kasteelheer niet door een horde galopperende paarden overvallen wordt. Of door door een horde fietsers. Ik loop het in elk geval naar boven.