Om kwart over een word ik wakker door een niet mis te verstane hoeveelheid donder en bliksem. Gelukkig blijft het vrij ver weg, hoewel het nog wel flink gaat regenen.
Er klapt nog meer uit elkaar, namelijk mijn slaapmatje. Een paar dagen geleden hadden al wat lamellen los gelaten bij het hoofdeinde, en nu is het voeteneind aan de beurt. Niet echt een goed begin van de dag!

Eenmaal op de fiets wordt het wel weer beter.

Ik had me voorgenomen om er een kort dagje van te maken, en daar houd ik mij aan.

Na een pittig ritje kom ik om 12 uur aan in Saint-Léonard-de-Noblat. Het syndicat d’initiative, waar ik mij moet melden voor de herberg, is gesloten van 12 tot 2, dus er zit niets anders op dan op een terrasje te gaan lunchen en het stadje te bekijken.


De pelgrimsherberg is prima, met zelfs een echte wasmachine waarin ik prompt een wasje draai.

De rest van de middag breng ik al lezend en slapend door. Buiten is het 34 graden, binnen is het heerlijk koel.
Het is alweer rustig, er zou nog een gast komen, maar die is wellicht door de hitte ook al eerder afgehaakt.
Morgen mag het wel wat koeler worden, dan heb ik namelijk nog ruim 90 km voor de boeg naar de dichtstbijzijnde decathlon langs de route, waar ik een nieuw matje hoop te kunnen kopen.
Met wat hulp van wat er hier aan voorraad aanwezig is maak ik een smakelijke salade en schrijf dit blog. Eigenlijk viel vrijdag de dertiende best wel mee. Zo zie je maar, je moet nooit bijgelovig zijn! Dat brengt namelijk ongeluk.