
Zo noemt men hier de uitgestrekte graansteppes. Een bord aan de kant van de weg maakt ons erop attent dat dit het broedgebied is van de grote trap, een bijzondere en ook best wel grote vogel. We kijken eens om ons heen, en jawel hoor, we zien er een vliegen, helaas vrij ver weg.

Maar gelukkig komen we iets later nog door het uitgestrekte natuurreservaat van de Lagunas de Villafáfila, een van belangrijkste pleisterplaatsen van watervogels in noordwest Spanje, waar ik me als vogelaar natuurlijk erg op kan verheugen.

De vreugde is echter van korte duur. Alle lagunes waar wij langskomen blijken totaal te zijn uitgedroogd. Er vliegen nog wat boerenzwaluwen en kuifleeuwerikken rond, maar dan hebben we het ook wel gezien.

De laatste 20 km naar Zamora gaan langs een veel te drukke weg, maar gelukkig vinden we een mooiere route.

Die is wel wat om, maar: “een mooie weg is nooit een omweg”!

Na 107 kilometers rijden we tegen vier uur Zamora in. We zoeken een hotel, en lopen wat later het levendige stadje in. Er zijn vooral heel veel hele oude kerken.

Om 8 uur gaan de restaurants hier pas open, dus moeten we eerst wel een glaasje wijn drinken, alvorens we ons het menu goed laten smaken.
Morgen fietsen we naar Salamanca, waar we een dagje rust nemen.