Ook vandaag fietsen we weer door de Extremadura, de dunst bevolkte provincie van Spanje.

En dat is te merken! Slechts af en toe komen we een dorpje tegen, waar doorgaans niet veel te beleven valt.


Door het eindeloze stenige en met slechts enkele bomen bezaaide landschap klimmen we eerst omhoog, om dan af te dalen naar het dal van de Taag, waar we langs een groot stuwmeer rijden.

Na 64 km zijn we in Casar de Cáceres, waar we eindelijk een bar vinden die ook nog eens open is. Het werd eens tijd! Gelukkig hadden we zelf voldoende proviand en water meegenomen om het Extremaduriaanse landschap te doorstaan.

De bar is gevestigd in het busstation, een wat merkwaardig modern betonnen gebouw, dat je hier niet zo gauw zou verwachten.

Het is er binnen buitengewoon gehorig, en buiten te warm, zodat we al vrij spoedig weer op de fiets zitten om de laatste 11 kilometer naar ons hotel in Cáceres af te leggen, waar we om een uur of drie aankomen, en zoals gebruikelijk, eerst uitgebreid siësta houden, waar we na 75 zongeblakerde kilometers en bijna 900 hoogtemeters wel recht op menen te hebben.

Eenmaal uitgerust bezoeken we het museum voor de moderne kunst, recht tegenover ons hostal.

Het is een mooi gebouw met nog veel ruimte voor nog veel meer moderne kunst.
Daarna is het de hoogste tijd om het centrale plein met een bezoekje te vereren, en er een drankje te nuttigen en wat te eten.

Hallo Ab en Frans, leuk om te lezen hoe het julie vergaat tijdens deze mooie maar warme reis. Wij hebben deze reis van zuid naar noord gefietst. Dus heel herkenbaar die foto’s!
Veel plezier nog!